Pensioen-bv mislukt door gebrekkige zorgplicht bank

Een vermogensbeheerder, een bank, belegt meer dan de helft van het pensioengeld van een dga in de Lehman Brothers. De rechter vindt dit in strijd met de zorgvuldigheid die de bank in acht moet nemen bij het beleggen met pensioengeld.

Het pensioen van een dga is ondergebracht in een pensioen-bv. De pensioen-bv sluit in 2007 een vermogensbeheerovereenkomst met een bank. Daaraan voorafgaande werd een beleggingsprofiel opgesteld dat in de overeenkomst werd aangeduid als ‘defensief’. Een groot deel van het pensioengeld werd belegd in een Lehman Brothers Note. Daarmee verkreeg de pensioen-bv in feite een vordering op Lehman Brothers. 

De onderliggende aandelen werden niet verkregen. De Note heeft een looptijd van acht jaar en voorziet in een hoofdsomgarantie op de einddatum. In 2008 gaat Lehman Brothers echter failliet, waardoor de pensioen-bv schade lijdt.

Rechtbank Den Haag is van mening dat vermogensbeheerders op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid een bijzondere zorgplicht tegenover de klant hebben. In dit geval was 69% van het pensioengeld belegd in slechts één product (een Lehman Brothers Note). Dit is volgens de rechtbank strijdig met de door een zorgvuldige belegger in acht te nemen spreiding in een beleggingsportefeuille. 

De rechtbank is van oordeel dat de bank gelet op de gegeven adviezen haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden en op grond daarvan aansprakelijk is voor de geleden schade.

Zorgplicht

Vermogensbeheerders hebben een zorgplicht tegenover de klant. De klant moet beschermd worden tegen de gevaren van lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Betreft het pensioengeld, dan worden nog hogere eisen gesteld aan deze zorgplicht. In deze zaak oordeelde de rechter dat het met pensioengeld beleggen in slechts één product (een Lehman Brothers Note) strijdig is met de door een zorgvuldige belegger in acht te nemen spreiding in een beleggingsportefeuille.

[ Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden ]