Werkgevers snappen ook niet veel van pensioen
20 juni 2011 – Veel Nederlandse werknemers zijn niet op de hoogte van de pensioenregelingen in hun bedrijf. Dat is niet zo vreemd want het pensioen is ‘iets voor later’ en het is een ingewikkeld onderwerp. Maar ook werkgevers worstelen ermee. Toch is het belangrijk dat zij goed op de hoogte zijn van de diverse regelingen. Een verkeerde keuze kan grote gevolgen hebben.
Ook voor werkgevers is het soms lastig om de verschillende pensioenregelingen voor werknemers te begrijpen. Welke moeten zij kiezen en wat zijn de gevolgen? Om werkgevers te helpen bij het krijgen van een goed pensioenadvies heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een folder gemaakt. Uit onderzoek van het AFM blijkt dat de kwaliteit van de pensioenadviezen aan werkgevers in het MKB slecht is.
Goed pensioenadvies voorkomt ellende
Een slecht pensioenadvies kan grote gevolgen hebben. Bijvoorbeeld als één van de werknemers in uw organisatie een ernstig ongeval krijgt en uw werkgever komt er dan pas achter dat de pensioenopbouw stopt bij arbeidsongeschiktheid. Of een werknemer overlijdt en er blijkt geen nabestaandenpensioen te zijn. In de Pensioenfolder (pdf) staan tips voor werkgevers om een goed pensioenadvies te krijgen. Zo staat in de folder waar uw werkgever op moet letten bij het inschakelen van een pensioenexpert. Ook kunt u erin lezen welke risico’s werknemers lopen als het pensioen niet goed geregeld is.
Trefwoorden: Pensioen, Goed werkgeverschap
Bron: BV Rendement
Valt onder Pensioen | 0 ReactiesGeen stamrechtvrijstelling voor pensioen
16 juni 2011 -
U kunt als directeur-grootaandeelhouder (dga) geen gebruik maken van de stamrechtvrijstelling als u uw opgebouwde pensioen wil omzetten in een stamrecht bv. Dit kan alleen bij uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, zoals een gouden handdruk bij ontslag. Uit een recente rechtszaak blijkt dat u bij omzetting gewoon belasting moet betalen over de waarde van de pensioenaanspraak.
In deze zaak had een vrouw samen met haar echtgenoot de helft van de aandelen van een bv waar zij de directrice van was. In haar arbeidsovereenkomst waren afspraken gemaakt over de opbouw van haar pensioen voor de jaren 2000 tot en met 2004. Voordat 2004 op zijn einde liep, verkocht de vrouw haar aandelen waarmee haar pensioenaanspraak vrijkwam. De waarde van haar opgebouwde pensioen was eind 2004 ruim een ton. Vanaf 2005 zou deze met 6% rente verhoogd worden. De uiteindelijke aanspraak van bijna anderhalve ton wilde de vrouw omzetten in een stamrecht en daarbij profiteren van de stamrechtvrijstelling. In dit geval was dat niet mogelijk, omdat zo’n vrijstelling alleen te gebruiken is bij een uitkering die gederfd of te derven inkomen vervangt. Pensioen valt daar niet onder, waarop de inspecteur een naheffingsaanslag oplegde.
Toch meteen belasting betalen
De Rechtbank Breda oordeelde dat het hier duidelijk om een pensioenaanspraak ging, waarop de stamrechtvrijstelling niet toegepast kan worden. De vrouw had dus onterecht de vrijstelling toegepast bij de omzetting van haar pensioenaanspraak in een stamrecht bv. De belasting die zij hierover moest betalen, kon zij niet uitstellen en moest ze alsnog betalen.
Rechtbank Breda, 8 april 2011, LJN: BQ7189
Trefwoorden: BV, Loon, Ontslag, Dga, Pensioen, Uitkeringen, Belasting, Gebruik , Gouden handdruk
bron: Vaknieuws BV Rendement
Valt onder Pensioen | 0 ReactiesPensioenakkoord tussen kabinet en sociale partners
Pensioenakkoord tussen kabinet en sociale partners
15 juni 2011
Samenvatting
Op 4 juni 2011 heeft het kabinet met de werkgeversorganisaties en vakbonden overeenstemming bereikt over de toekomst van het pensioenstelsel en het langer gezond kunnen doorwerken. De belangrijkste afspraken houden het volgende in: de AOW-leeftijd gaat in 2020 omhoog naar 66 en naar verwachting in 2025 naar 67 jaar; het AOW-pensioen gaat vanaf 2013 tot 2028 met 0,6% extra omhoog boven de gebruikelijke indexatie; er komt een flexibele AOW wat betreft het moment om te stoppen met werken (eerder dan met 66 jaar stoppen betekent een 6,5% lagere AOW-uitkering, later stoppen dan met 66 jaar betekent een 6,5% hogere uitkering); de premies voor aanvullende pensioenen (pensioen uit dienstverband) worden stabieler; door cao-afspraken wordt het voor oudere werknemers makkelijker gemaakt om door te werken. Het pensioenakkoord leidt tot diverse aanpassingen van het op 10 mei 2011 ingediende wetsvoorstel Wet verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar. Belangrijke aanpassingen betreffen het ongedaan maken van de in het wetsvoorstel voorgestelde verlaging van de opbouwpercentages voor pensioenen gebaseerd op de eindloonregeling (van 2% naar 1,75%) en de middelloonregeling (van 2,25% naar 2%) en de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2025.
Volledig artikel
Op 4 juni 2011 heeft het kabinet met de werkgeversorganisaties en vakbonden -verenigd in de Stichting van de Arbeid- overeenstemming bereikt over de toekomst van het pensioenstelsel en het langer gezond kunnen doorwerken. De afspraken houden het volgende in:
• de AOW-leeftijd gaat in 2020 omhoog naar 66 en naar verwachting in 2025 naar 67 jaar;
• het AOW-pensioen gaat vanaf 2013 tot 2028 met 0,6% extra van het huidige AOW-niveau van een gehuwde omhoog boven de gebruikelijke indexatie. De extra verhoging wordt budgettair neutraal gefinancierd door onder meer de afbouw van de ouderenkortingen. De alleenstaande ouderenkorting blijft bestaan. Vanaf 2020 komt een inkomensafhankelijke ouderenkorting;
• er komt een flexibele AOW wat betreft het moment om te stoppen met werken (eerder dan met 66 jaar stoppen betekent een 6,5% lagere AOW-uitkering, later stoppen dan met 66 jaar betekent een 6,5% hogere uitkering). In 2025 geldt de hogere/lagere AOW-uitkering bij de leeftijd van 67 jaar. Eerder stoppen met werken is niet mogelijk indien AOW plus aanvullend pensioen nog recht geeft op bijstand gedurende de (vervroegde) pensioenperiode;
• de premies voor aanvullende pensioenen (pensioen uit dienstverband) worden stabieler gemaakt;
• in cao’s worden concrete afspraken gemaakt over duurzame participatie en inzetbaarheid van (oudere) werknemers. Het wordt daardoor voor oudere werknemers makkelijker gemaakt om door te werken;
• pensioencontracten worden vernieuwd, mede op basis van nadere onderzoeken naar het omgaan met reeds opgebouwde rechten en de ontwikkelingen in EU-verband;
• het financieel toetsingskader voor bestaande en nieuwe pensioencontracten (o.a. de buffereisen) zal worden verbeterd en uitgebreid;
• het fiscale Witteveenkader (dat normen geeft voor een fiscaal zuiver pensioen) wordt aangepast.
het geheel aan fiscale maatregelen voor ouderenparticipatie wordt effectiever gemaakt. Er zal een ‘mobiliteitsbonus’ worden geïntroduceerd om daarmee de mobiliteit binnen ondernemingen maar ook daarbuiten of zelfs sector overstijgende mobiliteit van werknemers te bevorderen. Het streven is om in 2012 de eerste stap te zetten.
Het pensioenakkoord leidt tot diverse aanpassingen van het op 10 mei 2011 ingediende wetsvoorstel Wet verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar. Belangrijke aanpassingen betreffen het ongedaan maken van de in het wetsvoorstel voorgestelde verlaging van de opbouwpercentages voor pensioenen gebaseerd op de eindloonregeling (van 2% naar 1,75%) en de middelloonregeling (van 2,25% naar 2%) en de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2025.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 10-6-2011, nr. AV/SDA/2011/10887.
